Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
13 juli 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel door twee vrouwen uit Duitsland prostitutiewerkzaamheden in Nederland te laten verrichten. De Hoge Raad heeft de ingediende cassatiemiddelen beoordeeld en geoordeeld dat de klachten over de inhoud van het arrest niet tot vernietiging leiden.
Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak van de Hoge Raad meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze van twintig maanden (waarvan zes maanden voorwaardelijk) naar achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van twintig naar achttien maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn.