ECLI:NL:HR:2021:1083

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
6 juli 2021
Zaaknummer
20/01641
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 10.5 OpiumwetArt. 420ter SrArt. 420bis.1.a Sr
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen invoer cocaïne en andere misdrijven

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van de invoer van 300 kilo cocaïne, medeplegen van gewoontewitwassen, medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, medeplegen van omkoping van een douaneambtenaar en meermalen gepleegde bedreiging. Het gerechtshof Den Haag had verdachte eerder veroordeeld.

Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, met diverse klachten over de bewijsmiddelen en de bewijsconstructie, waaronder de redelijkheid van de bewijzen voor de invoer van cocaïne, de omkoping, het gewoontewitwassen, het vuurwapenbezit en de bedreigingen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld maar vond deze onvoldoende om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet inhoudelijk omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van diverse strafbare feiten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01641
Datum13 juli 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 mei 2020, nummer 22-003159-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 juli 2021.