Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 juli 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of een inbeslaggenomen fiets, bestuurd door de verdachte tijdens een verdenking van rijden onder invloed van alcohol, vatbaar is voor verbeurdverklaring op grond van artikel 33a lid 1 onder b van het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte werd bewezenverklaard dat hij op 10 mei 2018 te Roden niet meewerkte aan een ademonderzoek, terwijl hij als bestuurder van een voertuig werd verdacht van rijden onder invloed. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaarde de fiets, die het voertuig was waarmee de verdachte reed, verbeurd.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof dat de fiets vatbaar is voor verbeurdverklaring niet onbegrijpelijk of onjuist was. De fiets werd immers gebruikt bij het begaan van het feit, namelijk de weigering tot medewerking aan het ademonderzoek tijdens het rijden onder invloed. Het cassatiemiddel van de verdachte faalde, waarna het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de verbeurdverklaring van de fiets die werd gebruikt bij het begaan van het strafbare feit van weigering tot medewerking aan een ademonderzoek.