ECLI:NL:HR:2021:1022

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2021
Publicatiedatum
25 juni 2021
Zaaknummer
20/02238
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens niet-ontvankelijkheid OM bij voorwaardelijk sepot

De verdachte stelde in cassatie dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk (n-o) zou zijn in de vervolging omdat hij een voorwaardelijk sepot had gekregen en aan de voorwaarden daarvan had voldaan. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had dit verweer verworpen en de zaak voortgezet. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie werd het cassatieberoep verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren aanwezig waren. Het arrest bevestigt de ontvankelijkheid van het OM in vervolging ondanks het bestaan van een voorwaardelijk sepot en de naleving van de voorwaarden door verdachte.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor het arrest van het hof blijft staan.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02238
Datum29 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juli 2020, nummer 20-001729-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 juni 2021.