ECLI:NL:HR:2020:910

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2020
Publicatiedatum
20 mei 2020
Zaaknummer
19/01929
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11a Opiumwet (oud)Art. 3.B OpiumwetArt. 11.3 OpiumwetArt. 11.5 Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring bij toepassing Promis-werkwijze in hennepzaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch in een strafzaak over deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van bedrijfsmatige hennepteelt.

De verdediging klaagde over de ontoereikende motivering van de bewezenverklaring, met name bij het gebruik van de Promis-werkwijze waarbij tapgesprekken als bewijsmiddel zijn ingezet. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft toegelicht op welke wijze de omvangrijke tapgesprekken (264 stuks) betrekking hebben op de bewezenverklaarde feiten. Hierdoor is niet duidelijk of de bewezenverklaring voldoende is onderbouwd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en afdoening.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een gedegen motivering bij toepassing van complexe bewijsmethoden zoals de Promis-werkwijze in strafzaken.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01929
Datum26 mei 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 april 2019, nummer 20/001723-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1
De cassatiemiddelen klagen in de kern dat de bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 7 tenlastegelegde ontoereikend is gemotiveerd in het licht van de motiveringseisen die gelden bij toepassing van de zogenoemde Promis-werkwijze. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
2.2
De cassatiemiddelen slagen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.23 en 3.24.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 mei 2020.