Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
19 mei 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond poging doodslag centraal, gepleegd in augustus 2017 te Haarlem. De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld. In cassatie richtte de verdediging zich op twee hoofdpunten: de toepassing van voorwaardelijk opzet op het tweede schot in het bovenbeen en de verwerping van het beroep op (putatief) noodweerexces bij beide schoten.
De Hoge Raad heeft de ingediende cassatiemiddelen van de verdachte beoordeeld, maar geoordeeld dat deze geen aanleiding geven tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het cassatieberoep is derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand. Dit arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 19 mei 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de veroordeling voor poging doodslag blijft in stand.