ECLI:NL:HR:2020:89

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2020
Publicatiedatum
20 januari 2020
Zaaknummer
18/03507
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 94a SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens innerlijke tegenstrijdigheid in beslagbeschikking

In deze zaak ging het om een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam betreffende beslag op een geldbedrag in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar verduistering.

De rechtbank had enerzijds geoordeeld dat het strafvorderlijk belang zich verzette tegen opheffing van het beslag, maar anderzijds dat er geen strafvorderlijk belang bestond. Deze tegenstrijdige overwegingen werden door de Hoge Raad als onverenigbaar beoordeeld.

De advocaat-generaal concludeerde dat de niet-bestreden overwegingen onvoldoende aanknopingspunten boden om deze tegenstrijdigheid weg te nemen. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, met de instructie dat de rechtbank bij hernieuwde beoordeling gebonden is aan het oordeel van de strafrechter over het al dan niet bestaan van strafvorderlijk belang.

De uitspraak benadrukt het belang van consistente motivering in beslissingen over beslag en de juiste toepassing van de maatstaven voor het aanwijzen van rechthebbenden bij klassiek en conservatoir beslag.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens innerlijke tegenstrijdigheid en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/03507 B
Datum21 januari 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 9 juli 2018, nummer RK 17/8291, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de beschikking innerlijk tegenstrijdig is, althans onbegrijpelijk en/of niet toereikend gemotiveerd.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2020.