Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
9 juni 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 november 2018, waarin de verdachte werd veroordeeld voor winkeldiefstal. Het geschil draaide om de vraag of het wegnemen van sloffen sigaretten uit het kantoorgedeelte van een supermarkt als voltooide diefstal of als poging moest worden gekwalificeerd, aangezien de sigaretten zich nog in de winkel bevonden.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof in stand gelaten. Hiermee blijft de kwalificatie van het feit als winkeldiefstal gehandhaafd en wordt de veroordeling van de verdachte bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor winkeldiefstal.