Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats], Polen,
2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
3.Beslissing
8 mei 2020.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over de overbrenging van hun minderjarige kind naar Polen zonder toestemming van de andere ouder. De vraag was onder meer of de andere ouder naar Pools recht belast is met het gezag over het kind en of het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd op grond van artikel 1:253n BW.
De vader heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, terwijl de moeder incidenteel cassatieberoep heeft ingesteld. Beide beroepen zijn door de Hoge Raad behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van partijen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de vader en het incidentele cassatieberoep van de moeder verworpen en de kosten van het geding zo verdeeld dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.