AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in faillissementszaak over pluraliteit van schuldeisers
In deze zaak heeft verzoekster B.V. cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake een verzoek tot faillietverklaring van Optidob B.V. Het geschil betreft de beoordeling van de pluraliteit van schuldeisers en het summierlijk blijken van een (steun)vordering in het kader van artikel 6 lid 3 vanPro de Faillissementswet.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam. Na beoordeling van de klachten over het arrest van het hof concludeert de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproepen, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt verzoekster in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Wattendorff, Lock en uitgesproken door du Perron op 8 mei 2020.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/03403
Datum8 mei 2020
ARREST
In de zaak van
[verzoekster] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster],
advocaat: Y.E.J. Geradts,
tegen
OPTIDOB B.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Optidob,
advocaat: M.E. Bruning.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/13/19/156 F van de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2019;
het arrest in de zaak 200.259.650/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2019.
[verzoekster] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Optidob heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Optidob begroot op € 879,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 8 mei 2020.