ECLI:NL:HR:2020:82

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2020
Publicatiedatum
20 januari 2020
Zaaknummer
18/04618
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 140 SrArt. 420bis.1.a Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen witwassen binnen criminele organisatie

In deze zaak stond verdachte terecht voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van witwassen en poging tot witwassen. De criminele organisatie zou geldbedragen, verkregen uit oplichting van banken, witgewassen hebben door het geld over verschillende rekeningen te sluizen, contant op te nemen, goudstaven te kopen en valse documenten op te maken.

Verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaringen van medeplegen van witwassen en poging daartoe niet konden worden afgeleid uit de bewijsmiddelen, omdat het gronddelict oplichting niet bewezen was. De Hoge Raad oordeelde echter dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld, bleef daarmee in stand. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de bewezenverklaring van medeplegen witwassen en poging witwassen binnen de criminele organisatie.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, op 21 januari 2020.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring van medeplegen witwassen en poging witwassen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/04618
Datum21 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 juli 2018, nummer 23/003371-14, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft K.A. Krikke, advocaat te Baarn, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2020.