ECLI:NL:HR:2020:8

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 januari 2020
Publicatiedatum
7 januari 2020
Zaaknummer
18/05310
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Artikel 81 RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep op noodweerexces bij doodslag in vrachtwagencabine te Breda

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor doodslag in een vrachtwagencabine te Breda. Het hof had vastgesteld dat verdachte door het latere slachtoffer met blote vuisten meerdere keren op het hoofd en lichaam was geslagen. Desondanks oordeelde het hof dat het met kracht toebrengen van een diepe en potentieel dodelijke steekwond in de hartstreek niet in proportionele verhouding stond tot de vuistslagen.

Verdachte voerde in cassatie aan dat sprake was van noodweerexces, en stelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat een hevige gemoedsbeweging als bedoeld in art. 41 lid 2 Sr Pro niet aannemelijk was. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar vond geen aanleiding tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad stelde vast dat het niet nodig was om de motivering van het hof nader te toetsen omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de veroordeling voor doodslag blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/05310
Datum7 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 december 2018, nummer 20/001199-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 januari 2020.