Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
4.Beslissing
14 april 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van oplichting door onder valse voorwendselen 4752 laptops te laten afgeven en witwassen. De verdediging stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over de bewijsvoering en de strafmotivering.
De Hoge Raad heeft de klachten over de bewijsvoering en de strafmotivering beoordeeld, maar deze bleken niet gegrond en konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad hoefde deze niet nader te motiveren omdat het niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling.
Wel werd het cassatiemiddel over de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro gegrond verklaard. De stukken waren te laat door het hof ingezonden, wat een schending van het recht op een eerlijk proces betekende. Daarom werd de opgelegde gevangenisstraf van 27 maanden verminderd naar 25 maanden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 14 april 2020.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 27 naar 25 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige klachten worden verworpen.