ECLI:NL:HR:2020:591

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 april 2020
Publicatiedatum
2 april 2020
Zaaknummer
19/00998
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:162 BWArt. 5:56 BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest over burenrecht en onrechtmatige daad bij uitbouw woning

In deze zaak stond de vraag centraal of de uitbouw van een woning, die verankerd is in de muur van de buur, een onrechtmatige daad oplevert en of er een erfdienstbaarheid tot inankering bestaat. Het geschil betrof tevens de uitleg van akten en de toepassing van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning bij herbouw van een woning met inachtneming van de afstand tot de perceelsgrens.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 november 2018 bekrachtigd. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat het oordeel geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 2.607,34. De zaak betreft een civielrechtelijke kwestie over burenrecht en onrechtmatige daad, waarbij de Hoge Raad de eerdere uitspraken bevestigde zonder inhoudelijke herbeoordeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/00998
Datum3 april 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: R.D. Boesveld,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: K. Aantjes.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/373612/ HL ZA 14-217 van de rechtbank Midden-Nederland van 8 april 2015 en 6 april 2016;
de arresten in de zaak 200.194.527/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 februari 2018 en 27 november 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 27 november 2018 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
3 april 2020.