Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Minister van Financiën van Aruba heeft een verweerschrift ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd te [Z], stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het geschil betrof een naheffingsaanslag en een boetebeschikking opgelegd over de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 betreffende de belasting op bedrijfsomzetten.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien de klachten geen vragen opriepen die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door raadsheren E.N. Punt (voorzitter), M.E. van Hilten en E.F. Faase en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.