Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
De bewezenverklaring is dus niet naar de eis van de wet toereikend met redenen omkleed.
3.Beslissing
17 maart 2020.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor internetoplichting door via Facebook elektronische licht- en geluidsapparatuur aan te bieden zonder levering. Het hof baseerde zich op verklaringen van meerdere aangevers, banktransacties en verklaringen van een medeverdachte die geld ontving en doorgaf aan de verdachte.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de medeverdachte onbetrouwbaar waren en dat de verdachte niet kon worden aangewezen als dader. Het hof verwierp dit en achtte de bewezenverklaring wettig en overtuigend bewezen.
De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsvoering niet met voldoende nauwkeurigheid kan worden afgeleid dat de verdachte zelf de aangevers heeft bewogen tot betaling via de bewezenverklaarde oplichtingsmiddelen, noch dat Renkum de pleegplaats was. Hierdoor is de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd en niet toereikend volgens de wet. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens onvoldoende bewijs en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.