ECLI:NL:HR:2020:325

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 maart 2020
Publicatiedatum
24 februari 2020
Zaaknummer
19/03163
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94a SvArt. 552a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslaglegging op voertuigen bij verdenking fiscale delicten

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel waarin een klaagschrift over beslaglegging op twee voertuigen werd behandeld. De klager betwistte onder meer dat de rechtbank niet op het klaagschrift over een bankrekening had beslist en dat de rechtbank onvoldoende onderzoek had verricht naar proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De beschikking van de rechtbank blijft daarmee in stand en het beroep wordt verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare zitting op 3 maart 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03163 B
Datum3 maart 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 9 januari 2019, nummer RK 18/832, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 maart 2020.