ECLI:NL:HR:2020:278

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2020
Publicatiedatum
16 februari 2020
Zaaknummer
18/01464
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 ROArt. 266.1 SrArt. 266.2 SrArt. 284.1.2 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor eenvoudige belediging en bedreiging met smaadschrift tegen onderwijsassistent

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De zaak betrof eenvoudige belediging (art. 266.1 Sr) en het door bedreiging met smaadschrift dwingen van de schooldirectie iets te doen (art. 284.1.2 Sr). Tijdens een les verwees verdachte hoorbaar voor leerlingen aan het strafrechtelijk verleden van een onderwijsassistent en dreigde telefonisch de media erbij te halen, waarna de school de arbeidsrelatie met de onderwijsassistent beëindigde.

De verdediging stelde onder meer dat de bewezenverklaring uitsluitend berustte op de verklaring van één getuige, dat er geen opzet was op openbare belediging, en voerde een beroep op de bijzondere rechtvaardigingsgrond van art. 266.2 Sr. Ook werd de vraag opgeworpen of sprake kon zijn van bedreiging met smaadschrift jegens de schooldirectie terwijl het smaadschrift niet tegen hen, maar tegen derden was gericht.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de middelen niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, maar dat dit geen rechtsgevolg had gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke geldboete van € 500.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en verwierp het beroep van verdachte. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens.

Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte voor eenvoudige belediging en bedreiging met smaadschrift en wijst cassatieberoep af.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01464
Datum18 februari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 20 december 2017, nummer 21/006725-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V. Wolting, advocaat te Zwolle, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde geheel voorwaardelijke geldboete van € 500, - en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker,en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 februari 2020.