ECLI:NL:HR:2020:215

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2020
Publicatiedatum
6 februari 2020
Zaaknummer
18/01592
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27.1 WWMArt. 2.1 WWMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen oordeel hof over medeplegen en classificatie balletjespistolen

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met artikel 27.1 van de Wet wapens en munitie (WWM) door het dragen van balletjespistolen.

De verdachte klaagde dat het hof de balletjespistolen ten onrechte had aangemerkt als voorwerpen bestemd om mee te dreigen volgens artikel 2.1 categorie IV sub 7 WWM, terwijl het hof hem vrijsprak van het voorhanden hebben van op vuurwapens gelijkende voorwerpen ex artikel 2.1 categorie I sub 7 WWM. De klacht betrof de verhouding tussen deze wapencategorieën.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de klacht nader te motiveren, omdat deze niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd dan ook verworpen.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers op 11 februari 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01592
Datum11 februari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 maart 2018, nummer 22/000423-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.L. Baar, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 februari 2020.