AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verwerping cassatieberoep curator in faillissementszaak inzake inbewaringstelling gefailleerde
In deze zaak heeft de curator van het faillissement van de gefailleerde beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betreft de inbewaringstelling van de gefailleerde en de toepassing van artikel 87 vanPro de Faillissementswet, waarbij proportionaliteit en subsidiariteit centraal staan.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland en het hof Arnhem-Leeuwarden voor het gedingverloop in de feitelijke instanties. De klachten van de curator zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze leiden niet tot vernietiging van de beschikking van het hof.
De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen oproepen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de curator in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de gefailleerde nihil worden begroot. De beschikking is gegeven door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bevestigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01958
Datum18 december 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
G.W. BREUKER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [de gefailleerde] , kantoorhoudende te Groningen,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: T.T. van Zanten,
tegen
[de gefailleerde] , wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [de gefailleerde] ,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikkingen in de zaak C/18/18/83F van de rechtbank Noord-Nederland van 20 februari 2020 en 17 maart 2020;
de beschikking in de zaken 200.275.695/01 en 200.275.846/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2020.
De curator heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [de gefailleerde] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de gefailleerde] begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.