Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2020:2090

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2020
Publicatiedatum
17 december 2020
Zaaknummer
20/02563
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c lid 1 RvArt. 407 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-electronische procesinleiding en ontbreken advocaat

In deze zaak heeft eiser beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure bij lagere instanties. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege procedurele tekortkomingen.

De procesinleiding is niet ingediend langs de voorgeschreven elektronische weg zoals vereist in artikel 30c lid 1 Rv. Daarnaast voldoet de procesinleiding niet aan artikel 407 lid 3 Rv Pro omdat daarin geen advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die eiser in cassatie zal vertegenwoordigen.

Hoewel deze tekortkomingen hersteld hadden kunnen worden door een nieuwe procesinleiding binnen twee weken, heeft eiser hiervan geen gebruik gemaakt. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

De uitspraak is gedaan op 18 december 2020 door de civiele kamer van de Hoge Raad, waarbij de raadsheren unaniem tot dit oordeel zijn gekomen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-elektronische indiening en ontbreken van een aangewezen advocaat.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/02563
Datum18 december 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser].

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 2753972 CV EXPL 14-949 van de kantonrechter te Dordrecht van 10 april 2014, 18 september 2014 en 4 augustus 2016;
de arresten in de zaak 200.210.843/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 mei 2019, 1 oktober 2019 en 31 maart 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 31 maart 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatieverzoek is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat [eiser] in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet de procesinleiding niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv Pro, nu daarin niet een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die [eiser] in het geding in cassatie zal vertegenwoordigen. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 407 lid 3 Rv opnieuw in te dienen. [eiser] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat hij in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
18 december 2020.