ECLI:NL:HR:2020:2050
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting op personenauto's en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag, dat haar vordering afwees. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de door belanghebbende voorgestelde middelen beoordeeld. Deze middelen boden geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van het hof nader te bespreken, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en is op 18 december 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.