Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
15 december 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging tot zware mishandeling. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis werd toegepast. De verdachte stelde cassatie in tegen deze maatregel.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten over de onbetrouwbaarheid van een verklaring en de bewijsklacht omtrent medeplegen, maar verwierp deze klachten zonder nadere motivering omdat ze niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de toepassing van vervangende hechtenis in het kader van de schadevergoedingsmaatregel niet correct was.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover vervangende hechtenis werd toegepast en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Hiermee wordt verduidelijkt hoe sancties bij schadevergoedingsmaatregelen moeten worden uitgevoerd.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.