Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
15 december 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin aan de verdachte een ISD-maatregel was opgelegd wegens diefstal. Het hof had geoordeeld dat aan de wettelijke voorwaarde van artikel 38m lid 1 sub 2 Sr was voldaan, omdat de verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het bewezen verklaarde feit driemaal onherroepelijk was veroordeeld tot gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte van één straf geheel was uitgevoerd.
De Hoge Raad stelde dat de wettelijke voorwaarde vereist dat de straffen of maatregelen van drie eerdere veroordelingen geheel ten uitvoer zijn gelegd, inclusief het voorwaardelijke gedeelte. Het feit dat slechts het onvoorwaardelijke deel was uitgevoerd en het voorwaardelijke deel nog openstond, betekent dat niet aan deze voorwaarde is voldaan. Ook het bevel tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel voorafgaand aan het nieuwe feit leidt niet tot volledige tenuitvoerlegging.
Daarom oordeelde de Hoge Raad dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had en vernietigde het arrest voor zover het de strafoplegging betreft. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting van de strafoplegging. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de oplegging van de ISD-maatregel wegens onjuiste toepassing van de wettelijke voorwaarde en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.