ECLI:NL:HR:2020:199
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in belastingzaak over aanslag 2015
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2015 had behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om de klachten nader te motiveren omdat deze geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betroffen, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen proceskostenveroordeling opgelegd en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 7 februari 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.