Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
8 december 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor moord op zijn ex-vriendin, waarbij het hof hem veroordeelde en een schadevergoedingsmaatregel oplegde ten behoeve van het slachtoffer. Het hof legde bij niet-betaling vervangende hechtenis op.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof Amsterdam. De Hoge Raad beoordeelde de ingebrachte middelen maar verwierp deze, behalve voor het onderdeel vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad vernietigde dit deel van het arrest ambtshalve, verwijzend naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914).
De Hoge Raad bepaalde dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare zitting op 8 december 2020.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van het hofarrest over vervangende hechtenis en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.