Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
8 december 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij in gijzeling werd gehouden op grond van artikel 221 Sv Pro. De betrokkene was getuige en had bezwaar gemaakt tegen de gijzeling.
De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep, omdat uit de detentiegegevens bleek dat de gijzeling inmiddels was beëindigd. Volgens vaste rechtspraak, zoals neergelegd in ECLI:NL:HR:1997:AB9988, ontbreekt dan het belang bij het cassatieberoep.
De Hoge Raad volgde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 8 december 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de gijzeling inmiddels is beëindigd.