Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
8 december 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor moord door het toedienen van een dodelijke hoeveelheid oxycodon aan zijn moeder. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd aan de slachtoffers, waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis werd toegepast.
De verdachte stelde in cassatie verschillende klachten in over het daderschap, opzet en voorbedachte raad, alsmede over de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregelen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het strafrechtelijke deel van het arrest niet tot vernietiging konden leiden en hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro.
Wel werd het cassatiemiddel gericht tegen de vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregelen gegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover vervangende hechtenis werd toegepast en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur moet worden toegepast conform de jurisprudentie (HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914).
De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en bevestigde daarmee het overige oordeel van het hof. Dit arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 8 december 2020 uitgesproken.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij schadevergoedingsmaatregelen; in plaats daarvan kan gijzeling van gelijke duur worden toegepast.