Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
1 december 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin aan verdachte TBS met dwangverpleging en een maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking was opgelegd wegens bedreiging, belaging en medeplegen van smaadschrift.
Het beroep in cassatie is door de verdachte ingesteld, maar er zijn geen cassatiemiddelen ingediend door een advocaat binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. Hierdoor kon de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen.
Op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend op 1 december 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.