ECLI:NL:HR:2020:1917

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2020
Publicatiedatum
1 december 2020
Zaaknummer
20/00077
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in omzetbelastingzaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over een naheffingsaanslag omzetbelasting, een boetebeschikking en een beschikking inzake belastingrente over de periode 2013-2016.

De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geconstateerd dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Op advies van de procureur-generaal is besloten het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/00077
Datum4 december 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 november 2019, nr. BRE 18/3101, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij geven beschikking inzake belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De procureur‑generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet–ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2020.