Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
1 december 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 1 december 2020 het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 augustus 2019 gedeeltelijk vernietigd. Het betreft een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van opzetheling van diverse goederen, waaronder gereedschap, een horecakoelkast en karts. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte wist dat de goederen door misdrijf waren verkregen ten tijde van het voorhanden krijgen.
De Hoge Raad oordeelt dat deze bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd is omdat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte op het moment van het voorhanden krijgen van de eerste levering wetenschap had van de criminele herkomst van de goederen. Het hof nam immers aan dat verdachte zeker wist dat de goederen door misdrijf waren verkregen toen alle goederen op zijn erf waren neergezet, maar liet daarmee open dat die wetenschap mogelijk nog ontbrak bij de eerste levering.
De zaak wordt daarom terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing over dit onderdeel. De overige klachten tegen het hof worden verworpen. De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging voor zover deze samenhing met het onder 1 bewezenverklaarde feit. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van wetenschap ten tijde van het voorhanden krijgen.