Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
24 november 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die in ’s-Hertogenbosch tussen een groep mensen op straat opzichtig hoestte en riep 'pas op, corona', wat werd gekwalificeerd als verstoring van de openbare orde volgens de APV ’s-Hertogenbosch 2016. Daarnaast bedreigde hij een agent met zware mishandeling door te roepen 'ik heb corona' en in de richting van diens gezicht te spugen, wat valt onder bedreiging volgens artikel 285 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 april 2020. Echter, hij heeft geen cassatiemiddelen ingediend, wat een vereiste is om het beroep ontvankelijk te maken. De Hoge Raad beoordeelde daarom de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat het beroep niet in behandeling kan worden genomen vanwege het ontbreken van een schriftuur met klachten binnen de wettelijke termijn.
Daarop verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk en wees het arrest van het gerechtshof ongewijzigd. Dit arrest werd uitgesproken door raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend op 24 november 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.