ECLI:NL:HR:2020:1875

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 november 2020
Publicatiedatum
24 november 2020
Zaaknummer
20/01429
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Peek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 437 lid 2 SvArt. 2:1.1 APV ’s-Hertogenbosch 2016
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie wegens ontbreken cassatiemiddelen in zaak coronahoester en -spuger

De zaak betreft een verdachte die in ’s-Hertogenbosch tussen een groep mensen op straat opzichtig hoestte en riep 'pas op, corona', wat werd gekwalificeerd als verstoring van de openbare orde volgens de APV ’s-Hertogenbosch 2016. Daarnaast bedreigde hij een agent met zware mishandeling door te roepen 'ik heb corona' en in de richting van diens gezicht te spugen, wat valt onder bedreiging volgens artikel 285 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 april 2020. Echter, hij heeft geen cassatiemiddelen ingediend, wat een vereiste is om het beroep ontvankelijk te maken. De Hoge Raad beoordeelde daarom de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat het beroep niet in behandeling kan worden genomen vanwege het ontbreken van een schriftuur met klachten binnen de wettelijke termijn.

Daarop verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk en wees het arrest van het gerechtshof ongewijzigd. Dit arrest werd uitgesproken door raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend op 24 november 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01429
Datum24 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 april 2020, nummer 20-000917-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 november 2020.