Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
24 november 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor grootschalige internationale handel in harddrugs in georganiseerd verband. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaren. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad beoordeelde de cassatiemiddelen en verwierp de meeste klachten zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak in cassatie meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verminderde de opgelegde gevangenisstraf van negen jaren naar acht jaren en negen maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer op 24 november 2020.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van negen jaren naar acht jaren en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.