Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
24 november 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor meervoudige lokalevredebreuk en (gekwalificeerde) diefstal. Het hof legde aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel op ten behoeve van het slachtoffer, waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis werd toegepast.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad beoordeelde de klachten maar verwierp deze voor het merendeel, omdat ze niet tot vernietiging konden leiden. Wel vernietigde de Hoge Raad ambtshalve het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, verwijzend naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914).
De Hoge Raad bepaalde dat op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur als vervangende sanctie kan worden toegepast. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Hiermee is de toepassing van vervangende hechtenis in deze context beperkt en verduidelijkt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bevestigt toepassing van gijzeling van gelijke duur.