ECLI:NL:HR:2020:1848
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting van personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland betreffende het verzet tegen een uitspraak over de belasting van personenauto’s en motorrijwielen voor het tijdvak van 1 augustus 2017 tot en met 31 augustus 2017.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan de zijde van belanghebbende toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank Gelderland blijft in stand.