ECLI:NL:HR:2020:1841
Hoge Raad
- Cassatie
- M.E. van Hilten
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 oktober 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting op personenauto’s en motorrijwielen heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest van het hof kunnen leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de beoordeling geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier op 20 november 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch wordt bekrachtigd.