ECLI:NL:HR:2020:1834
Hoge Raad
- Cassatie
- M.E. van Hilten
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin een geschil over een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting op personenauto’s en motorrijwielen werd behandeld. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020.
Deze uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de eerdere beslissingen van lagere rechterlijke instanties in deze belastingzaak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.