ECLI:NL:HR:2020:1827
Hoge Raad
- Cassatie
- M.E. van Hilten
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën en de Staat over een op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Tevens vorderde belanghebbende een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Na uitspraak van de rechtbank en het gerechtshof stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de zaak geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de belastingkamer op 20 november 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.