Uitspraak
verblijvende te [verblijfplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 november 2020.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 8 mei 2020 betreffende de verlenging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De beoordeling vond plaats zonder dat de Hoge Raad de motivering hoefde te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, en de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.