Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
10 november 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een zaak van medeplegen diefstal met geweld. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf en een schadevergoedingsmaatregel waarbij vervangende hechtenis werd toegepast bij niet-betaling.
De Hoge Raad verwierp het eerste cassatiemiddel dat betrekking had op het weggenomen telefoon en geldbedrag, omdat dit niet tot vernietiging kon leiden. Het tweede cassatiemiddel, gericht tegen de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel, slaagde. De Hoge Raad vernietigde dit onderdeel en bepaalde dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf van negen maanden naar acht maanden en twee weken.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor het deel van de strafoplegging en de toepassing van vervangende hechtenis, en wees het beroep voor het overige af. Hiermee werd de straf verminderd en de wijze van gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregel aangepast.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot acht maanden en twee weken en gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel.