Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
27 oktober 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld voor verkrachting. Het hof legde een gevangenisstraf van 24 maanden op en een contactverbod van twee jaar jegens het slachtoffer met vervangende hechtenis bij overtreding.
De Hoge Raad oordeelt dat het contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel volgens artikel 38v Sr alleen kan worden opgelegd ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten. Het hof motiveerde het contactverbod echter uitsluitend met het wenselijk achten voor het gevoel van veiligheid van het slachtoffer, terwijl is vastgesteld dat verdachte sinds het bewezenverklaarde feit geen contact meer met het slachtoffer heeft gehad.
Hierdoor is de motivering van het contactverbod ontoereikend en onbegrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat betrekking heeft op de strafoplegging en wijst de zaak terug aan het hof voor een nieuwe beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het contactverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.