Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
27 oktober 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende meervoudige verduistering. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor het deel waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten over de tenlastelegging en de toegepaste strafmaat niet ontvankelijk voor vernietiging, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Wel oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte vervangende hechtenis had toegepast in plaats van gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregel.
De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest voor zover het vervangende hechtenis betreft en bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt de rechtsontwikkeling omtrent de toepassing van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.