ECLI:NL:HR:2020:1580
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- M.E. van Hilten
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020, waarin beslissingen over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2010 tot en met 2013, alsmede boetebeschikkingen en heffingsrente, centraal stonden.
De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening zorgvuldig beoordeeld en daarbij ook het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Uit de beoordeling blijkt dat het verzoek duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 9 oktober 2020 in het openbaar gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.