ECLI:NL:HR:2020:1570

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
19/04474
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 1 SrArt. 326 SrArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen en toepassing gijzeling gelijke duur

In deze cassatieprocedure heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor meermalen gepleegde opzetheling en oplichting. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest voor zover het arrest vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen toepaste.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had gehandeld door vervangende hechtenis toe te passen bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen. In lijn met een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2020:914) bepaalde de Hoge Raad dat in zulke gevallen telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, conform artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor zover het vervangende hechtenis betrof en verwierp het beroep voor het overige. Hiermee werd de toepassing van gijzeling als sanctie bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen bevestigd.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 6 oktober 2020.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij schadevergoedingsmaatregelen en gijzeling van gelijke duur wordt bepaald.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/04474
Datum6 oktober 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 september 2019, nummer 22-004234-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben S.A.H. Vromen en J.S. Nan, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast, en tot het bepalen dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen.
2.2
Het hof heeft de verdachte de verplichtingen opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest telkens genoemde aantal dagen hechtenis.
2.3
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen voor zover daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 oktober 2020.