ECLI:NL:HR:2020:1569

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
19/04440
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 350 SrArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen en toepassing gijzeling gelijke duur

In deze cassatieprocedure heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling en vernieling. De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte behandeld dat gericht was tegen de toepassing van vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregelen en stelde voor dat telkens gijzeling van gelijke duur zou moeten worden toegepast. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het arrest uitsluitend voor dat onderdeel.

De Hoge Raad verduidelijkte dat op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis bij niet-nakoming van schadevergoedingsverplichtingen. Voor het overige werd het beroep verworpen. Hiermee wordt de rechtspraktijk omtrent de toepassing van dwangmiddelen bij schadevergoedingsmaatregelen verduidelijkt.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de toepassing van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen en bepaalt dat telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/04440
Datum6 oktober 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 september 2019, nummer 20-001015-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast, en tot het bepalen dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen.
2.2
Het hof heeft de verdachte de verplichtingen opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest telkens genoemde aantal dagen hechtenis.
2.3
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen voor zover daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 oktober 2020.