ECLI:NL:HR:2020:1556

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
18/02120
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3b OpiumwetArt. 3c OpiumwetArt. 69 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens overlijden verdachte in hennepzaak

In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag inzake medeplichtigheid aan het telen en aanwezig hebben van hennep in een woning, zoals bedoeld in de Opiumwet.

De verdachte was overleden op 29 september 2019 in Spanje, wat werd vastgesteld aan de hand van een gewaarmerkt uittreksel van de burgerlijke stand. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht verviel hierdoor het recht tot strafvordering.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en vermindering van de straf, maar later tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het gerechtshof en het vonnis van de rechtbank Den Haag en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging vanwege het overlijden van de verdachte.

Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 6 oktober 2020.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het overlijden van de verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/02120
Datum6 oktober 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 5 december 2017, nummer 22/000584-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Namens de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft J.W. Landman, advocaat te Leiden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De advocaat van de benadeelde partij heeft daarop schriftelijk gereageerd.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Den Haag en tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging.

2.Overlijden van de verdachte

Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de directeur van de Dienst Publieke Zaken van de gemeente Den Haag gewaarmerkt uittreksel van een akte van de burgerlijke stand van de gemeente Altea (Spanje) is de verdachte op 29 september 2019 te Altea (Spanje) overleden.
Daarom is op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 januari 2015;
- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 oktober 2020.