Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
29 september 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 december 2018. De klachten van de verdachte betroffen onder meer het ontbreken van zittingsaantekeningen, de afwijzing van een verzoek tot het horen van een getuige en het wijzen van een mondeling arrest door het hof dat later schriftelijk werd vastgelegd.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie het niet nodig is om vragen te beantwoorden die niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens. Het beroep van de verdachte is verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.