Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2020:1527

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2020
Publicatiedatum
25 september 2020
Zaaknummer
19/04758
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:23 BWArt. 3:24 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest over bescherming koper bij erfdienstbaarheid van overpad

In deze zaak stond centraal of een koper beschermd wordt door artikel 3:23 en Pro/of 3:24 BW bij een erfdienstbaarheid van overpad die is ingeschreven in de openbare registers en kadastraal is vermeld. De eisers stelden dat zij bescherming genoten, maar het hof oordeelde anders en wees hun vorderingen af.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de eisers beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof te toetsen omdat het oordeel geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Daarmee werd het arrest van het hof van 30 juli 2019 bekrachtigd. De eisers werden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt de bestaande rechtspraak omtrent de bescherming van kopers bij inschrijving van erfdienstbaarheden in de openbare registers en kadastrale vermelding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de eisers wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/04758
Datum25 september 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaten: A.C. van Schaick en N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: R.D. Boesveld.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/15/245661 / HA ZA 16-426 van de rechtbank Noord-Holland van 9 november 2016, 4 januari 2017 en 8 november 2017;
de arresten in de zaak 200.235.415/01 van het gerechtshof Amsterdam van 27 maart 2018, 26 juni 2018 en 30 juli 2019.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 30 juli 2019 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
25 september 2020.