Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Beslissing
22 september 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over medeplegen van uitvoer van hennep, medeplegen hennepteelt en deelname aan een criminele organisatie gericht op hennepteelt en uitvoer.
De verdachte stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder een betoog over de betrouwbaarheid van bewijs, opzet en het gebruik van niet-vertaalde Duitse bewijsmiddelen. De Hoge Raad verwierp deze klachten zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit leidde tot de vernietiging van het hofarrest voor wat betreft de strafduur en vermindering van de gevangenisstraf van achttien naar zeventien maanden.
Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 22 september 2020.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot zeventien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.