ECLI:NL:HR:2020:1345

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 september 2020
Publicatiedatum
28 augustus 2020
Zaaknummer
19/03498
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 lid 1 sub 5 SrArt. 417bis lid 1 sub a SrArt. 180 SrArt. 496a SvArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over jeugdige verdachte in diefstal, schuldheling en wederspannigheid

De zaak betreft een jeugdige verdachte die werd vervolgd voor diefstal met behulp van een valse sleutel, schuldheling en wederspannigheid. Het gerechtshof Amsterdam heeft hem veroordeeld, waarna hij in cassatie ging bij de Hoge Raad.

De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest van het hof, maar alleen voor zover de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer werd gekoppeld aan vervangende hechtenis. Voor de rest werd het cassatieberoep verworpen.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat motivering niet noodzakelijk was omdat het geen vragen voor de rechtsontwikkeling betrof. Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep, waarmee het hofarrest in stand bleef, behoudens de beperkte vernietiging voor het onderdeel vervangende hechtenis bij de schadevergoeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de jeugdige verdachte wordt verworpen, behoudens vernietiging van de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03498 J
Datum1 september 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2019, nummer 23/001382-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met toepassing van art. 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 september 2020.